|
Weetje 04: Zelfbouw 4-lamps NSF ontvanger uit 1926 Als
kind heb ik mij een aantal jaren met de radio hobby bezig gehouden en
diverse lampen- en transistor radiootjes gebouwd. Later deze hobby
verlaten door andere interesses en bezigheden, doch vanaf 1994 ben ik
begonnen met het verzamelen van historische radio’s. Dit is gekomen
doordat ik op de verzamelbeurs in Utrecht een radio zag welke vroeger in
mijn ouderlijk huis stond. Het was een BX 390 A,
een niet bijster zeldzaam model, maar daar ging het ook niet om. Enige
gevoelens van nostalgie maakte zich bij het zien van deze radio van mij
meester. Ik kan mij nog goed herinneren dat ik bij een schoonmaakbeurt van
de radio van mijn ouders ook de stationschaal meende onder handen te
moeten nemen en deze met spiritus afnam. Het gevolg was dat er diverse
stations van de schaal verdwenen, waarna ik maar gauw er mee stopte. Bij
aankoop werd mij verteld dat er niet meer de originele voedingstrafo in
zat, maar dat maakte mij niet uit, helemaal niet voor het lage bedrag. Er
zat een mooie “nieuwe” Amroh trafo in. Op dezelfde beurs kwam ik in
aanraking met een standhouder die mij wist te vertellen dat er een
vereniging op het gebied van historische radio’s bestond, waar ik dan
ook direct lid van ben geworden. Sindsdien,
dat is dus zeer kort vergeleken met vele andere leden, poog ik selectief
historische radio’s te verzamelen. Het is mijn wens om de ontwikkeling
van de radio in mijn verzameling terug te zien. Ik spreek dan over de
jaren 20, 30, 40 en 50. Uit elk van deze periodes had ik wel één of
meerdere ontvangers behalve uit de jaren 20. Het aanbod hiervan is
praktisch 0 en als je op de één of andere beurs één aantreft is vaak
of de toestand deplorabel of de prijs buitensporig hoog. Ik heb gemerkt
dat verzamelen van goede modellen niet meevalt en dat de prijzen welke
moeten worden betaald voor spullen van redelijke kwaliteit schrikbarend
zijn. Zelfbouw Bij
het nalezen van de radiobladen viel mijn oog op een aantal artikelen welke
zijn geschreven over zelfbouw van ontvangers met honingraad spoelen. Dit
bracht mij op het idee om dan maar zelf een toestel uit de jaren 20 te
bouwen. Ik heb gekozen voor de zelfbouw van een NSF ontvanger uit 1926
zoals beschreven in het artikel van de heer Stuiver (RHT mei 1966 nr. 77). Het
verzamelen van de onderdelen viel niet mee. Wat voor de verkrijgbaarheid
van de complete toestellen geldt, geldt eigenlijk ook voor de onderdelen.
Moeilijk verkrijgbaar en duur. Dankzij de hulp van een aantal
verenigingsleden is het mij in een periode van ca. een jaar gelukt aan de
juiste onderdelen te komen. Deze verenigingsleden breng ik bij deze mij
hartelijke dank uit. Zonder hun hulp was het zeker niet gelukt en was ik
wellicht met de hobby gestopt. Honingraad
spoelen (afbeelding 2) Op
een beurs vond ik een serie van 9 in goede staat verkerende Stator
honingraad spoelen. Nummer 25 ontbrak en de tekst van spoel 300 was
vervaagd. U moet weten dat ik nogal perfectionistisch ben en een complete
set van 10 bij elkaar horende spoelen wilde zonder enig gebrek. Gelukkig
vond ik één van onze leden bereid om met zijn wikkelmachine een spoel
nr. 25 te wikkelen. Hij had toevallig precies dezelfde Stator spoelkern
met een bijpassend voetje. Na de dikte en kleur van de draad te hebben
uitgekozen heeft deze artiest een werkelijk perfekte spoel gewikkeld. Nu
had ik weliswaar een spoel nr. 25 maar nog zonder het getal 25 op de
transparante afdekstrook. Dit heb ik als volgt opgelost. Met het
computerprogramma Corel Draw heb ik cijfers gemaakt in precies dezelfde
stijl als die welke op de spoelen staan. Dit is wel tijdrovend. Het best
kan men een karakterset als uitgangspunt nemen welke het meest in de buurt
komt van de gewenste karakters en dan de karakters aanpassen. Met dit
programma zijn volkomen origineel gelijkende karakters te maken. De
karakters zodanig positioneren op de pagina dat er later stroken van
gesneden kunnen worden. Daarna printen. Met de op wit papier geprinte
karakters ben ik naar een copieerzaak gegaan waar men wit op transparante
folie af kan drukken. Nu de folie op dezelfde maat snijden als de
bestaande afdekstrook. Er resteert nu nog één probleem, nl. de oude
getallen zijn vergeeld en de nieuwe getallen zijn spierwit. Dit is op te
lossen door de afdekstrook (let op niet het strookje folie met de
karakters van de copieerzaak) aan de binnenzijde te voorzien van een
laklaagje zodanig dat exact dezelfde vergeling is verkregen. Na droging
onder de gelakte afdekstrook de foliestrook plaatsen. Hetzelfde heb ik
gedaan voor de vervaagde cijfers van spoel nr. 300. Alle cijfers van de
serie honingraad spoelen zijn nu volkomen gelijkend. Frontplaat. Nadat
ik de onderdelen had verzameld heb ik frontplaat en kast (lessenaarsmodel)
ontworpen. Voor de frontplaat was de materiaalkeuze nog open. Het mag
bekend verondersteld worden dat men in de jaren 20 veelal eboniet
gebruikte. Eboniet is heden ten dage niet of nauwelijks te krijgen. In
Limburg trof ik nog een fabriek welke op bestelling eboniet plaat kon
maken. Wellicht een optie wanneer er meer belangstelling bestaat, maar
voor één frontplaat een te dure oplossing. Na enig speurwerk bleek dat
men bij sommige groothandelsbedrijven in kunststoffen terecht kan. Zo vond
ik een groothandel waar o.a. pertinax en andere kunststoffen in diverse
diktes te krijgen was. Ik heb gekozen voor 4 mm dik volkernplaat met een
licht gemarmerd zwart oppervlak. Dit soort plaatmateriaal kan goed tegen
warmte en is goed te bewerken. Plexiglas smelt indien men onderdelen
verhit en is niet aan te bevelen. Bovendien heeft het een spiegelend
oppervlak welke niet lijkt op de frontplaten van oude toestellen. De tekst
heb ik naar eigen ontwerp laten graveren. De gegraveerde tekst heb ik
geverfd. Wil het oud lijken dan mag dit geen spierwitte verf zijn. Eerst
mengen (wit, geel, zwart) totdat een oude gore kleur is verkregen, de verf
opbrengen en de overtollige verf direct met terpentine verwijderen. Voor
knoppen waarvan de streepjes en cijfers zijn verdwenen hetzelfde verhaal.
Eerst uitkrabben en schoonmaken, vervolgens verven. Kast De
kast heb ik van 12 mm dik eikenhout gemaakt. Alles gelijmd zonder spijkers
of schroeven. Om de kast een antiek uiterlijk te geven heb ik de kast
geloogd. Dit is gebeurt door de kast enkele malen met ammoniak in te
smeren. Pas op voor inademen, draag een mondkapje. De nerven van het hout
worden hierdoor donkerder van kleur en gaan meer spreken. Het aantal malen
herhalen (en tussentijds een keer schuren voor de opwerkende nerf) bepaalt
de uiteindelijke kleur. Ook kan men de kast bijvoorbeeld onder een doos
laten staan met een schoteltje ammoniak. De damp doet zijn werk (maar wel
langzaam). Deze methode wordt ook wel gehanteerd voor het logen van eikenhouten
vloeren. Daarna de kast aflakken met een goede transparante meubellak
(eiglans of mat). U kunt de kast een gebruikt uiterlijk geven door de kast
te voorzien van butsen en krassen. Dit heb ik (nog) niet aangedurfd. Montage Als montagedraad heb ik 1,5 mm2 rond blank montagedraad gebruikt. Het is mij gebleken dat in de jaren 20 niet alleen vierkant draad doch ook rond draad werd gebruikt. Gelukkig, anders had ik het probleem op moeten lossen om aan vierkant draad te komen. Enkele
onderdelen waarvan het nikkel niet meer zo mooi was heb ik laten
vernikkelen. Voor de frontplaat zijn vernikkelde schroeven gebruikt
evenals voor de bevestiging van de 2 schakelaars op de frontplaat.
Vernikkelde (lenskop) schroeven zijn lastig verkrijgbaar. Bij een
groothandel vond ik nog verschillende maten in voorraad maar niet alles
wat ik nodig had. Gelukkig werd ik ook hier door een verenigingslid
geholpen. Voor
de plaat- en detector spanning heb ik gebruik gemaakt van het Philips
plaatstroom apparaat 372 (afbeelding 3). Voor de negatieve
roosterspanning heb ik gebruik gemaakt van 10 x 1,5V batterijen (B cellen)
in een batterijhouder. Deze heb ik voorzien van aftakkingen op 6, 7,5,
13,5 en 15 V zodat ik enigszins met de plaatstroom kan spelen. Voor de 4V
gloeistroom heb ik gebruik gemaakt van 2 x 2V accucellen (Cyclon 5 Ah), te
krijgen bij modelbouw zaken. Als luidspreker heb ik een Brown membraan hoornluidspreker toegepast (afbeelding 4). Resultaat Na een zorgvuldige controle van bedrading met schema is het moment gekomen. Als antenne heb ik slechts de beschikking over een 3 meter lange spiraal huisantenne. Antenne, aarde, luidspreker, spanningen aangesloten (eerst rooster-, daarna gloei- en plaatspanning). Na enig gedraai aan de knoppen komt er zowaar geluid uit. Het afstemmen vergt wat oefening, maar al snel ervaart men de werking van primaire en secundaire afstemming alsmede de afstemming der spoelen. Er werden 3 zenders ontvangen met Radio Gold als uitblinker. De selectiviteit is uiteraard niet te vergelijken met een modernere ontvanger, toch zijn de 3 zenders redelijk te scheiden. Opvallend is dat ook met een spoelencombinatie bedoeld voor de langere golflengtes Radio Gold is te horen? Met de gloeistroomregelaars kan men de werking der lampen beïnvloeden. Het blijkt dat met vnl. de regelaar van de lf lamp B403 het volume is te regelen. Van de overige lampen hebben variaties in gloeistroom niet veel effect. Alhoewel in het schema een plaatstroom wordt genoemd van 100-120 V en een detectorspanning van 50 V gaat het met 80 V en 40 V prima en geeft verhoging van deze spanning geen enkele verbetering. Mogelijk dat dit samenhangt met de kwaliteit van de lampen, welke toch 50 - 80 % bleek te zijn. Met het parallel of in serie schakelen van de draaicondensator in de antennekring worden ook geen spectaculaire verschillen geconstateerd. Blijkbaar is het e.e.a. niet zo kritisch. Merkwaardigerwijze gaf aansluiting van aarde brom en een volumeverzwakking ?? Dus dan maar zonder aarde. Afsluitend is het resultaat een mooi ogende ontvanger uit de 20-er jaren welke speelt, alhoewel u van de ontvangsten niet al te veel moet voorstellen. De ontvanger laat goed zien hoe in die tijd radio beluisteren werd bedreven en hoe snel de ontwikkeling is gegaan. Vergelijk dat maar eens met een radio van slechts 5 jaar later qua techniek en bediening. Het geheel heeft mij veel genoegen gegeven. Niet alleen het bouwen maar ook de bestudering van documenten en de contacten met verschillende leden van onze vereniging hadden hun charme. Nogmaals zonder hun hulp was het toestel en dus ook dit artikel nooit tot stand gekomen. Met behulp van door één dezer leden ter beschikking gestelde schema’s heb ik het plan om verder te experimenteren om de eigenschappen en resultaten van de diverse schakelingen te leren kennen. Allereerst wil ik echter proberen de prestaties van het nu gebouwde toestel te verbeteren. De artikelen uit die tijd beloven meer dan ik nu krijg. Suggesties van lezers van dit artikel zijn welkom.
|
|